Veelgestelde vragen

Een bedrijfswagenband herprofileren is iets heel anders dan een band vernieuwen. Bij herprofileren worden de bestaande profielen van een gebruikte band met een speciaal ontworpen mes dieper uitgesneden. Herprofilering van banden is uitsluitend toegestaan als dit op de zijwand van de band met het woord ‘regrooveable’ is aangegeven.

Er zijn twee methoden van vernieuwing. Beide producten kennen een vergelijkbare voorbereiding:
• Gebruikte banden (karkassen) krijgen een uitvoerige kwaliteitsinspectie.
• Goedgekeurde karkassen worden geruwd: oneffenheden worden opgevuld en vervolgens wordt de band ofwel koud ofwel warm gevulkaniseerd.
De banden kunnen daarna warm of koud worden gevulkaniseerd

Koudvernieuwing
Bij koudvernieuwing wordt een dunne laag tussenrubber op het geruwde karkas gelegd. Hierop wordt een kant en klaar voorgevulkaniseerd loopvlak gelegd. Het karkas wordt geheel omsloten door een rubberen ‘envelop’, die de band en het loopvlak vacuüm trekken waardoor er een onvervormbaar geheel ontstaat. In een autoclaaf (drukkamer) vulkaniseert het loopvlak zich onder druk, tijd en temperatuur waardoor het permanent met het karkas verbonden wordt. Dit vindt plaats bij ongeveer 100 graden Celsius.

Warmvernieuwing
Bij warmvernieuwing wordt het karkas (loopvlak en zijwanden) bedekt met onbewerkt rubber. In een vorm/mal wordt de band gevulkaniseerd en krijgt z’n definitieve vorm en profiel. Dit vindt plaats bij ongeveer 155 graden Celsius. Hierdoor rijdt de vernieuwde band niet alleen als een nieuwe band, maar heeft het ook het uiterlijk van een nieuwe band.

Vanwege een aanzienlijke besparing op grondstoffen en olie, hebben vernieuwde bedrijfswagenbanden een lagere aankoopprijs dan kwalitatief vergelijkbare nieuwe banden. Vernieuwde banden gaan even lang mee als vergelijkbare nieuwe banden. In bepaalde gevallen gaan vernieuwde banden zelfs langer mee dan kwalitatief vergelijkbare nieuwe banden. Daarom is de kilometerkostprijs lager dan die van vergelijkbare nieuwe banden.

Vernieuwde banden zijn banden die na een eerste gebruiksfase een nieuw loopvlak en eventueel nieuwe zijwanden krijgen. Het bestaande karkas, mits dat aan strenge eisen voldoet, vormt de basis van een vernieuwde band. Een vernieuwde band kan na vele kilometers nogmaals vernieuwd worden als het karkas opnieuw door de keuring komt. Vernieuwde banden zijn vergelijkbaar met kwalitatief vergelijkbare nieuwe banden.

Nieuwe bedrijfswagenbanden hebben een Europees bandenlabel. Dit label geeft onder meer aan wat de rolweerstand is (van invloed op brandstof- en elektriciteitsgebruik), wat de grip op nat wegdek is en wat het externe afrolgeluid van een band is. Bandenfabrikanten testen nieuwe banden steekproefsgewijs. De resultaten van deze testen bepalen de inhoud van het bandenlabel van de betreffende band.

De grip op nat wegdek en het externe afrolgeluid worden met name door het profiel van de band bepaald. Echter de rolweerstand wordt met name bepaald door het karkas. Bij loopvlakvernieuwing wordt een bepaald loopvlak op verschillende karkassen toegepast. De aard van het karkas bepaalt dan in hoge mate wat de rolweerstand van de vernieuwde band is. Dat maakt het vaststellen van een bandenlabel voor vernieuwde banden complex. De Europese Unie streeft ernaar om binnen enkele jaren ook een berekeningswijze voor het Europese bandenlabel voor vernieuwde banden beschikbaar te stellen. Vanaf dat moment beschikken vernieuwde banden ook over het Europese bandenlabel.


Vernieuwde bedrijfswagenbanden moeten sinds 2010 voldoen aan het Europese keurmerk UN-ECE-R109. Dit keurmerk stelt eisen aan zowel de kwaliteit van vernieuwde banden als aan het productieproces. Het eindproduct wordt steekproefsgewijs gecontroleerd door een gecertificeerde instelling (bijvoorbeeld TÜV). Er zijn periodieke audits van het productieproces in opdracht van de overheid. In Nederland doet de RDW dit. De bandenvernieuwingsbedrijven moeten beschikken over een kwaliteitszorgsysteem


Gebruikte banden komen in aanmerking voor vernieuwing als deze aan hoge eisen voldoen. Ten eerste moet een band geschikt zijn voor vernieuwing: de band moet een degelijk karkas hebben. Ten tweede moet de band aan hoge kwaliteitseisen voldoen: het karkas mag niet te veel schade hebben.

Producenten van vernieuwde bedrijfswagenbanden moeten voldoen aan het Europese keurmerk: UN-ECE-R109. Dit keurmerk stelt zowel eisen aan de vernieuwde band als aan het productieproces. Een gecertificeerde instelling test het eindproduct steekproefsgewijs. Bedrijven die bedrijfswagenbanden vernieuwen, moeten bovendien beschikken over een kwaliteitshandboek en krijgen periodiek een audit. In Nederland doet de RDW dit.


Klik hier voor het overzicht van bedrijven die vernieuwde bedrijfswagenbanden produceren. Staat uw bedrijf er niet tussen? Stuur dan een bericht naar info@duurzamebanden.nl.


Vernieuwde bedrijfswagenbanden zijn heel duurzaam: minder gebruik van grondstoffen (75%), minder olie (70%), minder CO2 uitstoot in het productieproces (ruim 60%) en minder afval (gemiddeld 50 tot 55 kg per band).


In het kader van de kennis- en informatiecampagne over vernieuwde banden zijn gebruikers van vernieuwde banden gevraagd hun ervaringen met vernieuwde banden te delen. Klik hier voor deze gebruikerservaringen op Duurzamebanden.nl.


Een nieuwe band wordt voor het eerst onder een voertuig gemonteerd. Deze band wordt meestal gedemonteerd als de profieldiepte te gering wordt. Als het karkas van deze band in goede conditie is kan deze worden voorzien van een nieuw loopvlak en eventueel nieuwe zijwanden. Dan spreek je van een vernieuwde band.


De belangrijkste voordelen van vernieuwde bedrijfswagenbanden zijn de kleinere ecologische voetafdruk en de lagere kilometerkostprijs. Vernieuwde banden vergen minder grondstoffen (75%), minder olie (70%) en minder CO2 uitstoot tijdens het productieproces (ruim 60%). Daarnaast behoeven minder gebruikte banden als afval afgevoerd te worden (gemiddeld 50 tot 55 kg per band).

Producenten van vernieuwde banden kunnen maatwerk leveren. Denk aan het verstevigen van de zijwanden van busbanden, nodig vanwege het veelvuldige contact met trottoirs of het toepassen van een profiel dat minder rolweerstand heeft en dus minder brandstof of elektriciteit vergt.